Als je naar een portret kijkt, kijk je eerst naar de ogen. Dat doet iedereen, zonder erbij na te denken. Zijn ze scherp, dan lijkt de hele foto goed, ook als de rest van het gezicht wat zachter is. Zijn ze wazig, dan voelt de foto mislukt, zelfs als de rest perfect is. Het loont dus om de gsm precies daarop te richten, en het is gelukkig niet moeilijk.
De meeste camera's herkennen gezichten automatisch en tonen een klein kadertje rond het gezicht. Dat is handig, maar de camera kiest daarbij soms de neus, het oor of de haren in plaats van de ogen. Tik daarom zelf op het scherm, en wel op het oog dat het dichtst bij de camera zit. Het kadertje springt dan naar die plek. Wacht een seconde tot het stilstaat, en neem de foto.
Vraag om even stil te staan
Mensen bewegen, en kinderen zeker. Zelfs een klein hoofdje dat draait, kan de scherpte weer verplaatsen. Vraag daarom of ze even stil willen staan of kijken, en tel rustig af zodat iedereen weet wanneer je afdrukt. Tik nog eens als iemand van houding is veranderd. Bij kinderen die rondlopen helpt het om meerdere foto's snel na elkaar te nemen en achteraf de scherpste uit te kiezen.
Let ook op het licht in de ogen. Als iemand recht tegen de zon in kijkt, knijpt hij zijn ogen dicht, en als het licht van boven komt, vallen er schaduwen in de oogkassen. Zoek een plaats met zacht licht, zoals bij een raam of in de schaduw, waar de ogen helder kunnen kijken. Een klein lichtpuntje in het oog geeft een portret meteen leven.
Ga niet te dichtbij staan, want dat maakt het gezicht vervormd en de persoon ongemakkelijk. Neem wat meer afstand en gebruik desnoods het teleobjectief. Vraag altijd toestemming voor je iemand van dichtbij fotografeert, en toon het resultaat meteen. Bij een groepsfoto lukt het niet om alle ogen perfect scherp te krijgen, maar zorg dat de personen op dezelfde afstand staan, dan komen de meeste ogen goed uit.