Je bekijkt de foto en ziet in een hoek een donkere schaduw, of een roze vlek aan de zijkant. Soms is het een vinger die net over de lens hing, soms de rand van het hoesje. Zulke kleine fouten zie je op het scherm niet altijd, terwijl ze de hele foto kunnen bederven. Gelukkig is het meestal makkelijk te vermijden, als je weet waar je op moet letten.
Begin met de manier waarop je de gsm vasthoudt. De lens zit meestal in een hoek achteraan, en juist daar wil je vingers graag liggen. Houd de gsm daarom aan de zijkanten vast, met de duim en de vingers op de rand en niet erachter. Als je de gsm dwars houdt, let dan op de vingers van je linkerhand en de wijsvinger die de bovenkant vasthoudt. Ze komen vaak in het beeld.
Let op het hoesje
Ook het hoesje kan een probleem zijn. Sommige hoesjes hebben een uitsparing die te klein is, waardoor de rand van de uitsparing een klein beetje in beeld komt, vooral in de hoeken van het beeld. Dat gebeurt sneller met de groothoeklens. Kijk of er een donkere rand rond de foto zit. Zo ja, dan is het hoesje de schuldige. Een beter passend hoesje lost het probleem op.
Let ook op andere dingen die in de weg kunnen hangen: een haarlok, een sjaal, een polsbandje, of het koordje van je tas. Ze hangen vaak juist voor de lens zonder dat je het merkt. Veeg de lens af voor je begint, want een vingerafdruk geeft een wazige waas. Draai de gsm tussen twee foto's niet blindelings om, maar kijk goed naar het scherm.
Controleer de foto na de opname meteen op het scherm, vooral de hoeken. Zie je iets vreemds, neem dan meteen een nieuwe. Dat is gemakkelijker dan het later te merken, als het moment voorbij is. Met een beetje gewoonte hou je de gsm bijna automatisch goed vast, en de fouten worden zeldzaam. Zo blijft je aandacht bij het onderwerp en niet bij je vingers.