Voor je op de knop drukt, maak je onbewust al een keuze: houd je de telefoon rechtop of dwars? Veel mensen doen dat uit gewoonte, terwijl het formaat een groot verschil maakt voor de foto. Een kort moment nadenken over de vorm van je onderwerp kan het resultaat sterk verbeteren. Het kost geen moeite en het is direct te merken.
Het staande formaat, ook wel hoogformaat, past bij dingen die hoog zijn. Een toren, een boom, een deur of een persoon die rechtop staat, krijgt in een staand beeld de ruimte om naar boven te reiken. Ook wanneer je een voorwerp van dichtbij fotografeert, zoals een bloem of een kopje, werkt staand vaak goed. Bovendien vult zo'n foto het hele scherm als je hem op je telefoon bekijkt.
Breed voor de weidse blik
Het liggende formaat past bij dingen die breed zijn. Een landschap, een skyline, een groep mensen of een tafel vol eten heeft ruimte in de breedte nodig. Wie zo'n onderwerp toch rechtop fotografeert, moet veel wegsnijden of laat veel leegte boven en onder. Ook een foto die je later op een televisie of een groot scherm wilt tonen, kun je het best liggend maken.
Denk dus vooraf na over waar de foto voor bedoeld is. Wil je hem op je telefoon bekijken of doorsturen? Dan is staand meestal het handigst. Ga je hem op een fotolijst zetten of aan familie tonen op een groot scherm? Dan past liggend beter. Er bestaat ook een vierkant formaat, dat rust en balans uitstraalt, vooral bij symmetrische onderwerpen.
Het loont om een onderwerp een keer in beide standen te fotograferen. Draai de telefoon, kijk op het scherm en vergelijk. Vaak zie je meteen welke versie sterker is. Soms is het verschil klein, soms is het enorm. Na een tijdje ga je vanzelf zien welk formaat bij een onderwerp hoort, en dan hoef je niet meer na te denken. Het gaat er vooral om dat je bewust kiest, in plaats van te doen wat je hand vanzelf doet. Een goede foto begint bij een goede keuze.